Beroepscode

Jeugdige cliënt tot zijn recht laten komen

  • De jeugd- en gezinsprofessional bevordert dat de jeugdige cliënt in zijn opvoeding en ontwikkeling tot zijn recht komt en werkt daartoe samen met diens sociale omgeving.

Toelichting: Meer nog dan voor volwassen cliënten is de sociale omgeving voor het welzijn en de ontwikkeling van jeugd en jongeren van groot belang. De jeugd- en gezinsprofessional verstaat onder het bevorderen van het tot zijn recht komen van de cliënt dat hij en diens sociale omgeving actief bijdraagt aan een zo groot mogelijke eigen verantwoordelijkheid, respectievelijk zelfredzaamheid van de cliënt. De jeugd- en gezinsprofessional baseert zich zoveel mogelijk op de eigen kracht van de jeugdige en diens sociale omgeving.

 

Bevordering deskundigheid

  • De jeugd- en gezinsprofessional oefent zijn beroep deskundig uit op basis van actuele kennis en in nauwe aansluiting op ontwikkelingen in de jeugdhulp en jeugdbescherming.

Toelichting: De jeugdhulp en jeugdbescherming is sterk in ontwikkeling. Dit vraagt van de jeugd- en gezinsprofessional speciale aandacht om recente kennis, inzichten en maatschappelijke behoeften bij zijn deskundigheidsbevordering te betrekken. Met name de groeiende culturele verscheidenheid vraagt extra aandacht. Het deskundig uitoefenen van het beroep is gebaseerd op de beroepsstandaard.

 

Bereid iedere cliënt te helpen

  • De jeugd- en gezinsprofessional toont ten aanzien van iedere cliënt gelijke bereidheid te helpen bij opvoedings- en ontwikkelingsvragen.

ToelichtingGelijke bereidheid impliceert dat iedereen gelijke kansen behoort te krijgen tot het aangaan van een professionele relatie. Dit betekent dat de jeugd- en gezinsprofessional geen onderscheid maakt op grond van ras, etniciteit, seksuele geaardheid, aard van de problemen, geslacht, handicap, ziekte, levens- of politieke overtuiging bij het aangaan van de relatie. Gelijke bereidheid impliceert ook dat de jeugd- en gezinsprofessional zelf het initiatief kan nemen voor het aangaan van een professionele relatie.

 

Bevorderen van het vertrouwen in de jeugdhulp en jeugdbescherming

  • De jeugd- en gezinsprofessional bevordert door het naleven van de beroepsnormen - en door daar persoonlijk verantwoording over af te leggen - het vertrouwen in de jeugdhulp en jeugdbescherming.

ToelichtingDe jeugdhulp en jeugdbescherming wordt gekenmerkt door een gecompliceerd beroepsethisch landschap (zie inleiding). Daarom is het belangrijk dat elke jeugd- en gezinsprofessional zich bewust is van zijn verantwoordelijkheid een bijdrage te leveren aan het vertrouwen in de jeugdhulp en jeugdbescherming. De basis voor die bijdrage ligt in het werken vanuit de beroepswaarden en -normen, zoals geformuleerd in de beroepsstandaard. De jeugd- en gezinsprofessional legt verantwoording af over de naleving van dit artikel.

 

De jeugd- en gezinsprofessional respecteert de persoon van

  • De jeugdige cliënt met diens kwetsbaarheid, groeiende zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid. En de ouder /opvoeder met zijn eigen verantwoordelijkheid en opvoedingsvisie, voor zover niet in strijd met wettelijke kaders.

Toelichting‘Respect’ kan in situaties waarin het welzijn van kwetsbare jeugdigen wordt bedreigd ook actieve ‘bescherming’ betekenen. De jeugd- en gezinsprofessional zal – ook in geval van ontheffing uit de ouderlijke macht – binnen de wettelijke kaders zoeken naar mogelijkheden om de ouderrol vorm te geven. Indien de rechter het gezag van de ouders heeft beperkt, blijft de jeugd- en gezinsprofessional binnen de wettelijke kaders zoeken naar mogelijkheden om de ouderrol vorm te geven. De jeugd- en gezinsprofessional respecteert dat ieder gezin binnen de grenzen van de wet eigen keuzes maakt in de opvoeding en ontwikkeling van jeugdigen.

 

Informatievoorziening over de hulp- en dienstverlening

  • De jeugd- en gezinsprofessional verschaft de jeugdige cliënt en diens wettelijke vertegenwoordigers de voor een goede professionele relatie relevante informatie, zoveel mogelijk in een voor de cliënt(en) begrijpelijke taal.

ToelichtingHet verschaffen van informatie vindt plaats op basis van wetgeving, kwaliteitskaders, instellingsbepalingen en beroepswaarden. Met informatie op basis van beroepswaarden wordt ten minste bedoeld:

-  De mogelijkheden en vormen van de hulp- en dienstverlening en eventuele kosten;

-  Informatie over deze beroepscode en het daaraan gekoppelde Tuchtrecht;

-  De (rechts)positie van de cliënt (met name in de gedwongen jeugdhulp en jeugdbescherming), zoals privacy, dossier en klachten;

-  Informatie over in- of externe ketensamenwerkingsverbanden (met als consequentie dat mogelijk meerdere professionals een relatie aan kunnen gaan met de cliënt);

-  Informatie over wie waar voor verantwoordelijk is. 

Alle informatievoorziening vindt plaats in voor de cliënt(en) zoveel mogelijk begrijpelijke en duidelijke taal en in afstemming met de sociale omgeving, zoals bedoeld in artikel A. Daarbij gaat de jeugd- en gezinsprofessional na of de jeugdige cliënt en diens wettelijke vertegenwoordigers de informatie hebben begrepen.

 
 

 

Overeenstemming/instemming omtrent hulp- en dienstverlening

  • De jeugd- en gezinsprofessional overlegt met de jeugdige cliënt en/of met diens ouders/opvoeders om tot overeenstemming/instemming te komen over de hulp- en dienstverlening of andere (wettelijk opgelegde) taken.

Toelichting:

In geval van door de rechter opgelegde jeugdhulp en jeugdbescherming, bijvoorbeeld een gedwongen plaatsing, is er meestal geen sprake van overeenstemming/instemming. Waar mogelijk zal de jeugd- en gezinsprofessional bij de jeugdige cliënt (en zo nodig diens ouders/ opvoeders en andere betrokkenen) proberen een proces op gang te brengen met als doel mee te werken aan de hulp -en dienstverlening. Wettelijk bepaalde leeftijdsgrenzen bepalen of de jeugd- en gezinsprofessional met de jeugdige cliënt zelf en/of met diens wettelijke vertegenwoordiger(s) overlegt.

 

Macht en afhankelijkheid in de professionele relatie

  • De jeugd- en gezinsprofessional wendt het gezag en de invloed die hij ten opzichte van cliënt(en) heeft ten positieve aan en misbruikt deze niet. Hij is zich er van bewust dat de (jeugdige) cliënt mogelijk zeer afhankelijk van hem is.

Toelichting:

- De professionele relatie tussen jeugd- en gezinsprofessional en jeugdige cliënt is meer nog dan de professionele relatie met een volwassen cliënt asymmetrisch, zeker in het geval van gedwongen hulpverlening. De jeugd- en gezinsprofessional heeft gezag en invloed, de jeugdige cliënt is (soms) sterk van hem afhankelijk.

- Mocht het gebruik van fysieke machtsmiddelen als uiterste middel noodzakelijk zijn, dan verantwoordt en beargumenteert de jeugd- en gezinsprofessional dit als zijnde geen machtsmisbruik.

 

Beëindiging van de professionele relatie

  • De jeugd- en gezinsprofessional is verantwoordelijk voor een zorgvuldige afsluiting van de hulpverlening als hij niet (meer) kan voldoen aan de hulpvraag. Hij verantwoordt zijn beslissing tegenover de cliënt, begeleidt deze eventueel bij een verwijzing en is bereid tot nazorg.

Toelichting:

- Onder een ‘zorgvuldige afsluiting van de hulpverlening’ wordt verstaan dat de jeugd- en gezinsprofessional de hulpverlening niet onnodig laat voortduren als voldoende aan de hulpvraag is voldaan en dat hij erop toeziet dat de cliënt met voldoende eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid tot zijn recht kan komen.

- Met name in de jeugdhulp en jeugdbescherming is sprake van een grote mate van afhankelijkheid in de relatie tussen jeugdige cliënt en hulpverlener. Een zorgvuldige afsluiting betekent onder andere dat de jeugd- en gezinsprofessional vanuit vakmatig of persoonlijk oogpunt de grenzen van zijn mogelijkheden bewaakt in relatie tot datgene wat de cliënt vraagt of nodig heeft.

- Onder het niet meer kunnen voldoen aan de hulpvraag wordt ook verstaan dat de jongere meerderjarig is geworden, een kinderbeschermingsmaatregel is opgeheven of een justitiële titel wordt beëindigd, bijvoorbeeld in geval van schorsing, voorlopige hechtenis of niet verlengen van een ‘Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen’.

- De jeugd- en gezinsprofessional geeft in zijn verantwoording over de beslissing aan de cliënt aan in welke mate de afsluiting of verwijzing bijdraagt aan het belang van de jeugdige cliënt.

 

Vertrouwelijkheid

  • De jeugd- en gezinsprofessional behandelt informatie over de jeugdige cliënt, diens ouders/ opvoeders en hun omstandigheden vertrouwelijk.

- Hij informeert zijn cliënt in geval van door wet- en regelgeving verplichte rapportage aan of overleg met derden.

- Hij vraagt toestemming aan zijn cliënt en/of aan zijn wettelijke vertegenwoordiger als hij meent dat het noodzakelijk is om met derden vertrouwelijke informatie uit te wisselen.

- Toestemming is in het geval van een (voorbereiding of uitvoering van een) kinderbeschermingsmaatregel of opname in een justitiële jeugdinrichting niet vereist.

Toelichting:

De doorgaans grotere kwetsbaarheid en afhankelijkheid van de jeugdige cliënt legt extra nadruk op vertrouwelijkheid. Wettelijk bepaalde leeftijdsgrenzen bepalen of de jeugd- en gezinsprofessional aan de jeugdige cliënt zelf en/of aan diens wettelijke vertegenwoordiger(s) toestemming vraagt. De jeugd- en gezinsprofessional legt uit waarom en aan wie gegevens (moeten) worden verstrekt, voor zover nodig voor het realiseren van de overeengekomen doelstelling van de hulpverlening. De jeugd- en gezinsprofessional wisselt slechts cliëntgegevens uit in overleg- en samenwerkingscontacten, indien de andere hulpverleners eveneens een functionele professionele relatie met dezelfde cliënt hebben en de cliënt hiervan op de hoogte is, bijvoorbeeld bij overleg binnen de instelling. Bij externe samenwerkings- en overlegsituaties vindt verstrekking van informatie plaats op basis van toestemming van de cliënt (of wettelijke vertegenwoordiger) en voor zover noodzakelijk voor de te bieden hulp of het afstemmen van de hulp. Krijgt de jeugd- en gezinsprofessional geen toestemming voor dit overleg, of kan toestemming niet worden gevraagd, dan verstrekt hij slechts gegevens van een cliënt aan een derde indien:

–  De cliënt of een gezinslid in een ernstige situatie verkeert en dringend op hulp of bescherming is aangewezen en

–  Deze hulp en bescherming alleen kan worden gerealiseerd door het aan een derde verstrekken van informatie.

In het kader van justitiële hulp- en dienstverlening vindt overleg plaats, zoals is geregeld in de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

 

Vermoeden kindermishandeling

  • De jeugd- en gezinsprofessional bespreekt een vermoeden van fysieke, seksuele en/of psychische kindermishandeling met de betrokken minderjarige en relevante betrokkenen uit het cliëntsysteem, tenzij dit alles niet in het belang van de minderjarige is.

Toelichting:

De jeugd- en gezinsprofessional handelt bij een vermoeden van fysiek of psychisch geweld conform de beroepsstandaard (met name: voert relevant overleg). De jeugd- en gezinsprofessional past de geldende meldcode toe als het vermoeden blijft bestaan of wordt bevestigd en meldt zijn vermoeden bij een regulier meldpunt.

 

Beroep op plicht om vertrouwelijk om te gaan met informatie

  • De jeugd- en gezinsprofessional doet indien hij door een rechter als getuige wordt opgeroepen een beroep op zijn plicht om vertrouwelijk om te gaan met informatie over de cliënt, indien hij meent dat hij daartoe, alle belangen afwegend, verplicht is.

Toelichting:

De rechter beoordeelt of de jeugd- en gezinsprofessional terecht een beroep doet op zijn plicht om vertrouwelijk om te gaan met informatie over zijn cliënt.

 

Verslaglegging/ dossiervorming

  • De jeugd- en gezinsprofessional geeft de jeugdige cliënt desgevraagd de gelegenheid tot inzage in en aanvulling of correctie van het dossier, voor zover nodig na overleg met en instemming van de ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s).

Toelichting:

Verslaglegging en dossiervorming vinden plaats conform de beroepsstandaard. Bij het toepassen van deze norm weegt de jeugd- en gezinsprofessional zorgvuldig af of inzage in het dossier er toe bijdraagt dat de jeugdige cliënt tot zijn recht komt. Bij aanvullingen en/of correcties (inclusief verwijderingen) van tekst in het dossier, geeft de jeugd- en gezinsprofessional aan van wie aanvullingen en/of correcties afkomstig zijn. De jeugd- en gezinsprofessional let er op dat de cliënt geen privacygevoelige informatie over derden in het dossier kan inzien. Afhankelijk van de leeftijd van de jeugdige cliënt worden ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) wel of niet betrokken bij de inzage in het dossier. Met name in de vrijwillige hulp- en dienstverlening wordt de cliënt in de informatieverschaffing attent gemaakt op de mogelijkheid tot inzage. Dit wordt veelal geregeld in het kader van kwaliteitsbeleid. In de gedwongen hulpverlening kan op basis van wettelijke bepalingen worden afgeweken van deze norm. De Wet bescherming persoonsgegevens 1 (Wbp) en specifieke regels in strafrechtzaken gelden als minimumgrens bij het kunnen voldoen aan dit artikel. 

 

 

Samenwerking in de hulp- en dienstverlening

  • De jeugd- en gezinsprofessional zet zich in voor een goede en efficiënte samenwerking en een duidelijke verdeling van de verantwoordelijkheden en draagt daarmee bij aan een transparante en eenduidige regie van de hulpverlening.

Toelichting:

In de jeugdhulp en jeugdbescherming is sprake van ketenhulpverlening. Mede gelet op de extra afhankelijke positie van de jeugdige cliënt heeft de jeugd- en gezinsprofessional mede de verantwoordelijkheid om er voor zorg te dragen dat duidelijk is wie de regie/coördinatie heeft, wie inhoudelijk eindverantwoordelijk is, wie aanspreekpunt is voor de cliënt en dat het tijdspad duidelijk is. In geval de jeugd- en gezinsprofessional ook de casemanager bij betreffende cliënt is, draagt hij die verantwoordelijkheid zelf en draagt hij tevens zorg voor een regelmatige evaluatie van de samenwerking.

 

Beroepsuitoefening en samenwerking

  • De jeugd- en gezinsprofessional draagt vanuit zijn eigen deskundigheid bij aan de ketenhulpverlening, erkent daarbij de grenzen van zijn eigen expertise en is bereid zijn professionele oordelen ter discussie te stellen.

Toelichting:

De inzet en erkenning van de eigen beroepsdeskundigheid van de jeugd- en gezinsprofessional is essentieel voor de kwaliteit van de jeugdhulp en jeugdbescherming en draagt bij aan goede samenwerking.

 

Aanvaarding organisatie als beleidskader

  • De jeugd- en gezinsprofessional aanvaardt de organisatie als het kader voor zijn beroepsuitoefening en werkt mee aan de beleidsdoelstellingen voor zover in overeenstemming met de beroepsstandaard.

Toelichting:

In geval dat de jeugd- en gezinsprofessional een tegenstrijdigheid signaleert, overlegt hij dit met collega’s en stelt hij dit via de gebruikelijke kanalen binnen de instelling aan de orde. Met name bij de aanvaarding van een functie toetst de jeugd- en gezinsprofessional of deze functie overeenkomt met zijn beroepsstandaard.

 

Toetsing beroepsmatig en functioneel handelen aan de waarden en normen van het beroep

  • De jeugd- en gezinsprofessional toetst bij het ontwikkelen en uitvoeren van het beleid van zijn organisatie of dit overeenkomt met de beroepsstandaard.

Toelichting:

Dit artikel legt de nadruk op het blijvend toetsen of functie en beroepsstandaard overeenkomen. Het legt daarmee een belangrijke verantwoordelijkheid bij de jeugd- en gezinsprofessional om dit te beoordelen en is daarmee een echte kwaliteitsnorm: als functie en beroepsstandaard niet (meer) overeenkomen kan de kwaliteit van het werk onder druk komen te staan. Zodra de jeugd- en gezinsprofessional signaleert dat er een spanning is tussen functie en beroepsstandaard bespreekt hij dit met beroepsgenoten en leiding en wijst hij op de gevolgen voor de (met name jeugdige) cliënten.

 

Verantwoording aan werkgever

  • De jeugd- en gezinsprofessional verantwoordt zijn werk aan de leiding van de organisatie en verstrekt relevante gegevens voor de ontwikkeling en evaluatie van het beleid.

Toelichting:

De verantwoording betreft gevraagde en ongevraagde rapportages over niet tot individuele personen herleidbare gegevens ten behoeve van beleidsontwikkeling en het kunnen realiseren van de gezamenlijke doelstelling: verantwoorde zorg aan cliënten.

 

Collegiale toetsing en beroepsethische reflectie

  • De jeugd- en gezinsprofessional toetst zijn beroepsmatig handelen aan het professioneel en beroepsethisch oordeel van zijn collega’s.

Toelichting:

De jeugd- en gezinsprofessional is er zich van bewust dat in de hulpverlening aan jeugdige cliënten maatschappelijke normen en waarden een grote rol spelen. Beroepsethische reflectie in collegiaal verband zal er toe bijdragen dat de jeugd- en gezinsprofessional beter toegerust is om zorgvuldig en verantwoord met morele kwesties in de jeugdhulp en jeugdbescherming om te gaan.

 

Schending vertrouwen in het beroep en de jeugdhulp en jeugdbescherming door een collega

  • De jeugd- en gezinsprofessional is attent op signalen die erop wijzen dat collega’s met het schenden van de beroepsstandaard het vertrouwen in de jeugdhulp en jeugdbescherming schaden en onderneemt relevante stappen.
 

Toelichting:

Het schenden van de beroepsstandaard houdt bijvoorbeeld in dat een collega jeugd- en gezinsprofessional onvoldoende de normen in deze code naleeft en daarmee de belangen van de jeugdige cliënt schaadt. De jeugd- en gezinsprofessional gaat zorgvuldig om met betreffende signalen: hij zal deze met betreffende collega bespreken. En indien nodig daarna ook met andere collega’s en/ of deskundigen. Leidt dit niet tot een bevredigende oplossing, dan meldt hij dit aan de leidinggevende (indien het een collega betreft binnen de eigen organisatie). Mocht ook dat niet tot verbetering leiden dan kan via de beroepsvereniging of het beroepsregister een beroep worden gedaan op het College van Toezicht. Over deze en over andere stappen die hij zet, licht hij zijn collega in.

 

Medewerking aan professionalisering van de jeugdhulp en jeugdbescherming

  • De jeugd- en gezinsprofessional ondersteunt - en werkt mee aan - activiteiten die ten goede komen aan de professionalisering van de jeugdhulp en jeugdbescherming.
 

Toelichting:

Elke jeugd- en gezinsprofessional beseft dat een gezamenlijke investering in de voorwaarden voor een goede beroepsuitoefening noodzakelijk is om de kwaliteit en het imago van de jeugdhulp en jeugdbescherming te verbeteren. De jeugd- en gezinsprofessional draagt, via het ter beschikking stellen van kennis aan - en het begeleiden van – stagiaires, eveneens bij aan de professionalisering van de jeugdhulp en jeugdbescherming.

 

 

Ondersteuning maatschappelijke activiteiten

  • De jeugd- en gezinsprofessional signaleert en ondersteunt maatschappelijke activiteiten die de emancipatie van kinderen en jongeren met een geestelijke, lichamelijke en/of maatschappelijke beperking of achterstand, bevorderen.

Toelichting:

Mede afgeleid van artikel A impliceert dit artikel dat de jeugd- en gezinsprofessional meewerkt aan onderzoek en voorlichting over de beoogde emancipatie. Dit alles vanuit en gerelateerd aan zijn professionele deskundigheid en werk.

 

Signalering misstanden in de jeugdhulp en jeugdbescherming

  • De jeugd- en gezinsprofessional signaleert misstanden in de jeugdhulp en jeugdbescherming en beijvert zich er voor dat de hulpverlening in de jeugdhulp en jeugdbescherming zo toegankelijk mogelijk is.

Toelichting:

De jeugd- en gezinsprofessional gaat in overleg met collega’s en leidinggevende zo nodig over tot passende actie in geval van misstanden. De jeugd- en gezinsprofessional draagt door realisering van deze norm bij aan de imagoverbetering van de jeugdhulp en jeugdbescherming in de samenleving.

 

Voorlichting over de jeugdhulp en jeugdbescherming

  • De jeugd- en gezinsprofessional werkt actief mee aan een juiste beeldvorming over de jeugdhulp en jeugdbescherming.

Toelichting:

De jeugd- en gezinsprofessional draagt bij aan het realiseren van deze norm door relevante meningen en informatie te geven en daarbij de kernwaarden in de jeugdhulp en jeugdbescherming uit te dragen. Realisering van deze norm gaat niet zonder overleg en afstemming met collega’s en niet zonder bijdragen aan gezamenlijke acties voor een bijdrage aan een juiste beeldvorming over de jeugdhulp en jeugdbescherming. Onder jeugdhulp en jeugdbescherming dient in eerste instantie de eigen deelsector te worden verstaan. Bijdragen aan de beeldvorming van de eigen deelsector dragen ook bij aan verbetering van de beeldvorming van de totale jeugdhulp en jeugdbescherming.

 

 

 

Bezoekersadressen

Locatie Arnhem- Noord

Parkstraat 39

6828 JD Arnhem

 

Locatie Velp

Parkstraat 19A-1

6881 JB Velp

Registraties

NFG lid, vakgroep VPMW

SKJ lid

KvK nr: 62797670

AGB code-praktijk: 90062116

AGB code-zorgverlener: 90102694

Klik hier om een tekst te typen.